Casuïstiek haptonomische begeleiding van kinderen dag 2: Faalangst en Hoogsensitiviteit

Speciaal voor kinderhaptotherapeuten…

…bieden we vanaf het voorjaar van 2019 casuïstiekdagen aan gericht op het begeleiden van kinderen met een gedragsprobleem. Je kunt per casuïstiekdag inschrijven en er is geen te volgen volgorde.

Data en onderwerpen

Dag 1: AD(H)D en autisme                                      6 mei 2019

Dag 2: Faalangst en hoog sensitiviteit                  5 juni 2019

Dag 3: Hoogbegaafdheid en zwakbegaafdheid   (seizoen 2019-2020)

Dag 4: Eetstoornissen en borderline                     (seizoen 2019-2020)

Dag 5: Huilbaby’s en depressie                              (seizoen 2019-2020)

Dag 6: Pestgedrag en dwangstoornissen             (seizoen 2019-2020)

 

Wat is een gedragsprobleem?

In de haptotherapeutische praktijk komen vooral kinderen met milde of gematigde gedragsproblemen. Kinderen met zwaardere problematiek zijn doorgaans meer gebaat bij intensievere begeleiding door een team van experts, al dan niet in gespecialiseerde centra.

Maar wanneer is er eigenlijk sprake van een ‘gedragsprobleem’? Wij gaan ervan uit dat iedereen in potentie gedragsproblemen heeft of kan krijgen. Een gedragsprobleem zien wij als een versterkte, wat extremere versie van normaal gedrag. Als voorbeeld: een beweeglijk kind met veel exploratiedrang kan graag op onderzoek uitgaan, maar ook roekeloos worden. Een dromerig kind kan een rijke fantasiewereld hebben, maar ook een leerachterstand oplopen omdat het te vaak ‘niet bij de les’ is. Een kind met wat meer temperament kan assertief zijn, maar ook steeds vaker de baas gaan spelen over andere kinderen. Kortom; het gedragsprobleem ontstaat vanuit een eigenschap die in de basis normaal is en die een talent van het kind vertegenwoordigt.

Of gedrag als problematisch wordt ervaren is zowel afhankelijk van de omgeving, als van het gedrag op zich.  Vaak ervaart de omgeving meer of eerder last van het gedrag dan het kind zelf. Enerzijds kan dat gebeuren vanuit zorg om het kind: ouders zijn bijvoorbeeld bang dat het kind zichzelf in gevaar brengt, of dat het geen vriendjes meer overhoudt. Anderzijds kunnen ouders of leerkrachten hinder ondervinden van het gedrag, bijvoorbeeld wanneer ze geïrriteerd raken van een druk kind, of onvrede ervaren in het contact met een kind dat zich isoleert. Het kind zelf kan natuurlijk ook last van zijn gedrag ervaren, bijvoorbeeld bij een overmaat aan faalangst of in geval van chaos bij overprikkeling.

 

Een diagnose: statisch of dynamisch?

Soms wordt besloten om verder onderzoek te doen naar de oorzaak van het gedrag. Daar kan een diagnose uit voortvloeien. In de samenleving wordt een diagnose vaak gezien als een statisch gegeven: je hébt iets of je hebt het niet. Daarvoor kun therapie of medicijnen krijgen. Het kind krijgt als het ware een label mee, welke vaak niet regelmatig opnieuw wordt getoetst. Wij kijken naar gedragsproblematiek als dynamisch gegeven: het is plaats-, tijds- en relatie gebonden. Een druk kind kan met zijn/haar drukke gedrag op de ene plaats beter uit de voeten dan op de andere plaats. In welk gezin het kind opgroeit, op welke school het zit, welke juf of meester er voor de klas staat en de buurt waarin wordt gewoond, is allemaal van invloed op het gedrag en bepaalt ook mede of het gedrag al dan niet als problematisch wordt ervaren. De (leef)tijd speelt ook een rol. Een gedragsprobleem uit zich bij kinderen, pubers, adolescenten en volwassenen verschillend qua intensiteit. Het kan meer of minder passen bij een leeftijdsfase. Bovendien kan extremer gedrag dat ontwikkeld is, in de loop der jaren weer veranderen richting ‘normaal’ gedrag, alleen al omdat kinderen zich ontwikkelen.

 

Het kind centraal, de diagnose op de achtergrond

Kinderen in een groep met één specifieke diagnose, verschillen onderling net zoveel van elkaar als andere kinderen. Ze verschillen zowel in het soort gedrag als in de intensiteit ervan. Ze zijn niet altijd en niet allemaal even druk, impulsief, sensitief, faalangstig, depressief of ongeconcentreerd. Om tóch een goed beeld te krijgen van een kind met een bepaalde diagnose, richten we ons dan ook vooral op feitelijke waarnemingen. Door middel van observaties maken we een profiel van het kind, met zijn of haar sterkere en zwakkere kanten: dat betekent ook dat wij in het ‘probleemgedrag’ niet alleen de beperkingen zien, maar ook juist de mogelijkheden. De diagnose houden we in ons achterhoofd, maar het unieke profiel van dít kind vormt voor ons de basis waarop we een doelstelling formuleren en interventies kiezen.

 

Uitgangspunten in onze begeleiding

  • Kennis hebben van de normale ontwikkeling van een kind en diens profiel, is belangrijk om te kunnen vaststellen in hoeverre er sprake is van afwijkend gedrag. Elk profiel kent een eigen ‘normaal’ ontwikkeling.
  • Het belang van informatie van school en ouders is, naast het observeren van het kind in de praktijk, bijzonder groot. Belangrijke systemen waarvan het kind deel uitmaakt, zoals de school en het gezin, maken deel uit van de begeleiding.

 

Praktische informatie

Elke dag is er een theoretisch en een praktisch gedeelte. Uitgebreider theoretische achtergrondinformatie wordt verstrekt door middel van een reader. In het programma is ruimte voor uitwisseling van praktijkervaringen en het ingaan op vragen en behoeftes rondom de begeleiding. Ook is het mogelijk om een casus in te brengen.

 

Instroomeis
Een afgeronde specialisatie ‘haptonomische begeleiding van kinderen’ bij het HCN of bij Synergos. Heb je jouw kinderhaptotherapie-opleiding elders gedaan en wil je aan deze casuïstiekdagen deelnemen, dan vragen wij je om eerst de eendaagse nascholing ‘De dynamiek van emoties’ te volgen. Op die dag krijg je inzichten en handvatten om te kunnen werken met ons werkmodel dat we op deze dagen gebruiken: de Emotiecirkel.

 

Dag 2: 5 juni 2019: Faalangst en Hoogsensitiviteit

Faalangst

Faalangst is de angst om te falen, tekort te schieten, of om aan bepaalde verwachtingen van jezelf of anderen niet te kunnen voldoen. Het is een irreëel grote angst voor het maken van fouten, die ertoe kan leiden dat bepaalde acties niet ondernomen worden en/of situaties vermeden. Falen wordt ervaren als niet-lukken. Wanneer je faalt ben je een ‘mislukkeling’. Kinderen met faalangst zijn vaak overtuigd van hun onvermogen en onkunde. Deze zelf-perceptie maakt leren en ontwikkelen lastig. Hoe kunnen ze immers leren opstaan als ze (ervoor zorgen dat ze) niet meer (willen) vallen? Hoe kunnen ze iets leren als ze geen fouten willen maken? Faalangst kan in diverse situaties een rol spelen: op school, tijdens sport, in vriendengroepjes, thuis. Kinderen met faalangst gaan nieuwe situaties liever uit de weg en blijven vooral datgene doen wat ze al kunnen. Ze houden zich bij voorkeur op de achtergrond om te voorkomen dat iemand het zou kunnen zien wanneer ze een fout maken. En wanneer ze toch een fout maken accepteren ze dat maar moeilijk. Ze nemen het zichzelf kwalijk.

Faalangst kan voortkomen uit het profiel van het kind zelf en het kan versterkt worden door een grote druk tot presteren in de leeromgeving. Bij kinderen kan faalangst bijvoorbeeld optreden als het kind denkt niet te kunnen voldoen aan bepaalde eisen van zichzelf, de leraar of ouder(s).

Deze dag gaan wij bezig met hoe dit kind (en zijn omgeving), dat last heeft van faalangst, zich presenteert, staande houdt en situaties aanpakt. Uitgaande van onze waarnemingen die we in diverse krachtenvelden plaatsen, maken we een profiel van het kind met zijn kwaliteiten en minder sterke kanten. Zodoende kunnen we op maat en in het tempo van dit kind stappen nemen om de mate van angst te normaliseren tot een intensiteit die helpt om een prestatie te leveren in plaats van dat de angst blokkerend of ondermijnend werkt. We werken ernaartoe dat het kind ook weer de mogelijkheden en leuke kanten van vallen, falen en leren kan ervaren. En dus weer kan leren. We werken met filmpjes (van tv) of met opnames die door cursisten worden meegebracht.

 

Hoogsensitiviteit

Net zoals kinderen onderling van elkaar verschillen in bijvoorbeeld intelligentie, grootte, en beweging coördinatie, verschillen ze ook in de mate van gevoeligheid. Kinderen die meer dan gemiddeld gevoelig zijn, worden ook wel ‘hoogsensitief’ genoemd. De term ‘High Sensitive Person’ is 20 jaar geleden geïntroduceerd door Elaine Aron, een Amerikaans psychotherapeute en universitair docente. Zij stelt dat ongeveer 20% van de bevolking hoogsensitief is en dat deze eigenschap waarschijnlijk erfelijk is. Sinds die tijd heeft de term HSP een enorme vlucht doorgemaakt in de hulpverlening en in de media.

In zijn algemeenheid kun je zeggen dat kinderen die hoogsensitief worden genoemd, sterker dan gemiddeld reageren op prikkels uit hun omgeving. De onderlinge diversiteit hierin is groot. Daar waar de één gevoelig is voor veel en harde geluiden of stress, heeft een ander gevoelige darmen of een gevoelige huid of gevoelige luchtwegen. Ook kunnen er gevoeligheden zijn voor sfeer, weersomstandigheden, licht, etc. Kortom; ‘gevoelig zijn’ heeft veel verschillende gezichten. De manier waarop het kind omgaat met zijn gevoeligheid en of de mate en soort ‘last’ die de gevoeligheid oplevert, is afhankelijk van andere kwaliteiten en de balans in het profiel van het kind.

Deze dag gaan wij bezig met hoe dit kind, dat last heeft zijn gevoeligheid, zich presenteert, staande houdt en situaties aanpakt. Uitgaande van onze waarnemingen die we in diverse krachtenvelden plaatsen, maken we een profiel van het kind met zijn kwaliteiten en minder sterke kanten. We brengen de mate van en de soort gevoeligheid van het kind in kaart en gaan aan de slag met het in balans komen op eigen benen, om daardoor minder een speelbal te worden van de omgevingsimpulsen.

 

Verplichte literatuur voor deze dag:

De reader met uitgebreide achtergrondinformatie en specifieke informatie over haptonomische begeleiding bij deze kinderen.

 

Aanbevolen literatuur voor deze dag:

In het kort

Locatie: Barneveldseweg 7b 6731EJ Otterlo

Duur: 1 dag

Zelfstudie: Literatuurstudie 8 uur

Voor wie: Kinder-haptotherapeuten

Deelnemers: Minimaal 4 maximaal 12

Prijs: 225 euro inclusief koffie en thee

 

Accreditaties bij de SKB en de VVH zijn in aanvraag

Datum

Woensdag 5 juni 2019

Tijd: 10.00 uur tot 17.30 uur

Docenten

Peter Zwiers en Arina Winkelman